Wie een hospitalisatieverzekering bij zijn werkgever heeft, riskeert op zijn pensioenleeftijd dure premies om de verzekering individueel voort te zetten. Sommige verzekeraars bieden daarop een antwoord met een wachtpolis, al is die niet voor iedereen even interessant.

Van alle Belgen die vandaag een hospitalisatieverzekering hebben, is bijna 80% verzekerd via hun werkgever. Dat is enerzijds een mooi financieel voordeel als werkgever, maar het brengt ook een gevaar met zich mee. Wat als de werknemer zijn job verliest of een andere uitdaging zoekt? of wat als u van het pensioen wil gaan genieten?

Sinds 2007 is de wet-Verwilghen van toepassing, die ervoor zorgt dat er toch enige bescherming wordt geboden aan zij die de collectieve verzekering verliezen. Deze houdt in dat de ex-werknemer (ongeacht de reden van vertrek) de polis individueel kan voortzetten zonder daarvoor een bijkomende medisch onderzoek te moeten ondergaan, en zonder een vragenlijst te moeten invullen. De dekking van de individuele polis dient tevens gelijk te zijn aan die van de groepspolis.

Er zijn echter 2 voorwaarden:

  • De collectieve polis diende minstens 2 jaar te lopen alvorens ze beëindigd werd;
  • De individuele verlenging dient binnen 30 dagen na vertrek aangevraagd te worden
Addertje onder het gras

Hoewel de wet heel wat bescherming biedt, zit er een adder onder het gras. De premie die u betaalt voor de voortzetting van de polis zal een heel stuk hoger liggen dan wat uw werkgever betaalde. Dat heeft twee oorzaken. ‘De individuele hospitalisatieverzekering omvat een levenslange bescherming, terwijl een groepsverzekering slechts verzekert tot de pensioenleeftijd. Dat is een fundamenteel verschil’, zegt Patrick Cauwert, CEO van Feprabel, de federatie van Franstalige verzekeringsmakelaars.

Er zijn maar twee voorwaarden: dat de collectieve polis al langer dan twee jaar liep op het moment dat ze beëindigd werd, en dat u de verlenging aanvraagt binnen 30 dagen na het verlies van de verzekering.

Hoewel de wet heel wat bescherming biedt, zit er een adder onder het gras. De premie die u betaalt voor de voortzetting van de polis zal een heel stuk hoger liggen dan wat uw werkgever betaalde. Dat heeft twee oorzaken. ‘De individuele hospitalisatieverzekering omvat een levenslange bescherming, terwijl een groepsverzekering slechts verzekert tot de pensioenleeftijd. Dat is een fundamenteel verschil’, zegt Patrick Cauwert, CEO van Feprabel, de federatie van Franstalige verzekeringsmakelaars.

Peperdure premies

Een tweede reden heeft te maken met de leeftijd waarop u in een individuele polis stapt. Hoe hoger die leeftijd, hoe hoger de premie. Zo kan de premie voor een 65-jarige die een polis onderschrijft makkelijk drie keer hoger liggen dan die voor een 35-jarige. Die premieverschillen zijn een gevolg van het onderliggende risico voor de verzekeraar. Hoe hoger uw leeftijd, hoe groter de statistische kans dat de verzekering tussenbeide moet komen en dus hoe groter het risico voor de verzekeraar.

Wie op 65-jarige leeftijd met pensioen gaat en besluit de hospitalisatieverzekering van zijn werkgever op individuele basis voort te zetten, riskeert dus peperdure premies. Om dat deels op te vangen werd de wachtverzekering in het leven geroepen. Die kunt u al op jonge leeftijd afsluiten. Eenvoudig gezegd is de wachtpolis een verzekering tegen de hoge premies die u anders op 65-jarige leeftijd zou moeten betalen als u de groepspolis individueel voortzet.
Stel dat u een hospitalisatieverzekering hebt lopen bij uw werkgever en u op uw 40ste beslist een wachtpolis te openen, dan kunt u op uw 65ste een individuele polis afsluiten waarbij u een premie betaalt alsof u al sinds uw 40ste bent aangesloten. Hoe eerder u dus intekent op een wachtpolis, hoe lager de toekomstige premie voor een individuele hospitalisatieverzekering. Een bijkomend voordeel is dat de verzekeraar niet kan weigeren u te verzekeren op grond van uw medische voorgeschiedenis of leeftijd.
Een voorbeeld van AG Insurance kan dat verduidelijken. ‘Een 65-jarige die op zijn 35ste een wachtpolis onderschreef, zal voor zijn individuele hospitalisatieverzekering 50 euro per maand betalen. Een 65-jarige zonder wachtpolis zal 125 euro betalen, of 75 euro meer’, zegt Sven Adams van AG. Daartegenover staat wel de kostprijs van de wachtpolis. 30 jaar lang betaalde de 65-jarige voor die AG-polis 22 euro per maand. Het duurt dus meerdere jaren voor de kostprijs van de wachtpolis gecompenseerd is door het lagere tarief dat u betaalt.
AG wijst echter op aanvullende voordelen van de wachtpolis. ‘Zo worden de medische kosten die het plafond van de verzekering via de werkgever overtreffen terugbetaald als dat plafond minstens twee keer de wettelijke tussenkomst bedraagt. Ook is er een terugbetaling voor de behandeling van zware ziekten en hebt u recht op bijstand in het buitenland’, vervolgt Adams.
Belangrijk om te weten is dat u een wachtpolis niet moet afsluiten bij de verzekeraar waar uw hospitalisatieverzekering loopt. Sommige ziekenfondsen verkopen ook wachtpolissen. Onafhankelijk Ziekenfonds biedt bijvoorbeeld Hospitalia Continuïteit aan. Als de verzekering bij de werkgever stopt, kunt u in dat geval probleemloos overstappen naar de verzekeringen Hospitalia of Hospitalia Plus.

Alternatief

Maar niet alle verzekeraars zien de voordelen van een wachtpolis. ‘Bij een wachtpolis is de klant geen eigenaar van de betaalde premies en loopt hij het risico die kwijt te spelen, bijvoorbeeld bij een overlijden, of als de klant uiteindelijk kiest voor een individuele voortzetting bij een andere verzekeraar’, luidt het bij KBC Verzekeringen.

Daarom hanteert de groep een alternatieve aanpak. ‘Wij werken met het KBC-Hospitalisatieplan. Dat is een tak21-spaarverzekering waarin de klant een persoonlijke reserve opbouwt waarmee – hetzij onmiddellijk, hetzij op het moment dat hij zijn collectieve hospitalisatieverzekering verliest – de premies van de hospitalisatieverzekering betaald worden. Op de gespaarde reserve ontvangt de klant een vaste rente en mogelijk ook een winstdeling.’

De opgebouwde reserves blijven dus eigendom van de verzekerde, die kan beslissen ze aan te wenden voor de premies van de hospitalisatieverzekering. Omdat het een spaarverzekering betreft, zal voor elk gestort bedrag wel een verzekeringstaks van 2 procent van toepassing zijn. Bovendien gelden er instapkosten tot 5 procent.

DKV, de marktleider in hospitalisatieverzekeringen, besliste vorig jaar geen wachtpolissen meer aan te bieden. ‘Sinds 2018 worden de nieuwe hospitalisatiecontracten gefinancierd met zogenaamde risicopremies. Daarbij evolueert het tarief met de leeftijd, zodat de premie jaarlijks overeenstemt met het medische risico dat een verzekerde van die leeftijd gemiddeld loopt. Omdat in dat regime de premie voor iedereen evolueert, bestaat het concept van ‘instapleeftijd’ niet, en kan een wachtpolis niet garanderen dat de klant bij een tijdelijke onderbreking van zijn individuele verzekering zijn oorspronkelijke premieniveau behoudt’, zegt Birgit Hannes, directielid bij DKV.

Voor de 10.000 houders van een wachtpolis bij DKV wijzigt echter niets. Ze kunnen de polis voortzetten omdat ze contracten hebben lopen met genivelleerde premies. Daarbij wordt de premie vastgelegd op het ogenblik dat het contract wordt onderschreven (de instapleeftijd). Nadien wordt die premie in de regel alleen geïndexeerd. Zo prefinanciert een jongere een stuk van de premie die hij als oudere zou moeten betalen. In dat systeem betaalt een 65-jarige die al sinds zijn 40ste verzekerd is een veel lagere premie dan een 65-jarige die nog maar net een individuele hospitalisatieverzekering heeft.

Ook cliënten die bij DKV een contract vóór 2018, dus met genivelleerde premies, ondertekenden, kunnen nog een wachtpolis afsluiten. Het voorgaande toont aan dat het belangrijk is na te gaan of uw hospitalisatieverzekering met genivellleerde premies of met risicopremies werkt alvorens in te tekenen op een wachtpolis.

Wat met de kinderen?

Een kind kan onder de hospitalisatieverzekering van de werkgever van een van zijn ouders vallen tot zijn 25ste verjaardag. Daarna heeft het kind de mogelijkheid de verzekering individueel voort te zetten, zonder vragenlijst of medische formaliteiten en zonder wachttijd.

Let wel, de premievoorwaarden kunnen wijzigen nog voor het kind 25 jaar wordt. Dat is het geval bij AG Insurance. ‘Het kind kan verzekerd blijven onder het ouderschapscontract tot zijn 25ste, maar zodra het 20 jaar wordt, wordt het als volwassene beschouwd. De contractpremie wordt dan overeenkomstig aangepast.’

‘Op de leeftijd van 25 jaar heeft het kind 105 dagen de tijd om de verzekeraar op de hoogte te stellen van zijn voornemen de verzekering individueel te verlengen. Hij of zij ontvangt dan een verzekeringsaanvraag zonder medische formaliteiten.’

DKV reageert op te hoge ereloonsupplementen

DKV, marktleider in hospitalisatieverzekeringen, stelde de afgelopen jaren vast dat ziekenhuizen alsmaar hogere ereloonsupplementen aanrekenen aan patiënten die gebruik maken van een éénpersoonskamer na een medische ingreep.

Om dit probleem enigzins onder controle te houden, kwam DKV een tijdje terug met een nieuw product op de markt: DKV hospi select.

Daarin worden zij partner met alle ziekenhuizen die in 3 jaar tijd een maximale stijging van 10% laten optekenen in ereloonsupplementen. Deze ziekenhuizen houden de evolutie van de stijging in lijn met de Riziv-tarieven en de consumentenindex.

Aanvankelijk werden alle ziekenhuizen als partner beschouwd, maar na jaarlijkse evaluatie zag DKV zich sinds begin 2020 genoodzaakt om maar liefst 33 ziekenhuizen op een zwarte lijst te zetten, daar deze zich niet hielden aan de voorwaarden in het aangeboden hospitalisatieplan.

Wat zijn de gevolgen voor de klanten?

DKV benadrukt dat deze aanpassing geen gevolgen heeft voor de overgrote meerderheid van zijn klanten. De verandering zal enkel gevolgen hebben voor wie een DKV Hospi Select-polis afsloot na 1 januari 2018, die zich tevens laat opnemen in een ziekenhuis dat niet langer deel uitmaakt van het netwerk van partnerziekenhuizen en die daarenboven bewust kiest voor een éénpersoonskamer.

Enkel wanneer aan deze drie criteria tegelijk wordt voldaan, moeten de betrokken klanten 20% van de door het ziekenhuis in rekening gebrachte ereloon- en kamersupplementen zelf betalen.

Kiest de patiënt dus niet zelf voor een éénpersoonskamer in een ziekenhuis op de zwarte lijst, dan is deze regel niet van toepassing.

Deze reactie van DKV volgt vanuit de overtuiging dat de evolutie in de systematische verhoging van ereloonsupplementen een gedeelde verantwoordelijkheid is. Zij tonen begrip voor de stijging, vermits deze verhoging een belangrijk deel van de omzet vormt voor een ziekenhuis, waardoor het ziekenhuis correct kan blijven werken. Anderzijds moet men in de gezondheidssector blijven streven naar kwalitatieve gezondheidszorg die voor ieder van ons toegankelijk moet zijn.

DKV dient premieverhoging terug te betalen

De rechtbank heeft een vonnis geveld in een rechtzaak tussen hospitalisatieverzekeraar DKV en een ontevreden klant.

De verzekeraar had in 2009 een premieverhoging van 7,84% doorgevoerd bij haar klant voor de aanvullende hospitalisatieverzekering voor een éénpersoonskamer in 2010.

Wettelijk gezien mag dit niet, daar een premieverhoging enkel kan op basis van:

  • een indexatie,
  • een specifieke medische indexatie of
  • als de verzekeraar een specifieke goedkeuring heeft verkregen van de toezichtshouder FSMA

Vermits de doorgevoerde premieverhoging aan geen van deze voorwaarden voldeed, werd via Test-Aankoop een oproep gedaan aan gedupeerde klanten om terugbetaling te eisen van het te veel betaalde bedrag.

DKV weigerde dit, waardoor een rechtzaak ontstond in 2010. In 2017 viel reeds de beslissing bij het Brusselse hof van beroep dat de doorgevoerde premieverhoging effectief onwettig was. Maar omdat de Nationale Bank intussen al nieuwe tarieven had goedgekeurd die sinds 2012 van toepassing waren, kon het hof deze beslissing niet bekrachtigen. Het resultaat was dat de verzekeraar niet kon worden veroordeeld tot een terugkeer naar de tarieven anno 2009.

Een individuele klant van DKV is daarop, met de steun van consumentenorganisatie Test-Aankoop, een nieuwe procedure gestart en het vredegerecht van Hoei heeft deze klant nu opnieuw gelijk gegeven.

De terugbetaling, het gaat in deze zaak om een gering bedrag, dient wel degelijk te gebeuren en opent volgens Test-Aankoop mogelijk de deur voor een terugbetaling aan enkele duizenden andere gedupeerden. Deze zaak kan dus als precedent gezien worden in een juridische strijd tussen de verzekeraar, haar gedupeerde klanten en Test-Aankoop .

Lijst van 6 aanbevolen verzekeringen binnen het gezinsleven

Op vlak van verzekeringen zijn er allerlei verzekeraars die naast de alom gekende verzekeringsproducten ook bijzondere en unieke verzekeringen aanbieden. De keuze om daar al dan niet op in te gaan is vrij.

De consumentenwebsite spaargids.be heeft onlangs een samenvattend artikel online gezet met een lijst van de 6 meest waardevolle en aan te bevelen verzekeringsproducten. Het is geen verrassing dat ook de hospitalisatieverzekering haar plaats opeist in deze lijst.

Net zoals we op deze website aanbevelen, wordt er vanuit spaargids.be ook aangeraden om de verschillende hospitalisatieverzekeringen te vergelijken met elkaar. Een overzicht van de betere hospitalisatieverzekeringsproducten kan u op deze website terugvinden.

Lijst van 6 aanbevolen verzekeringen:

  • Een BA autoverzekering
  • Een brandverzekering
  • Een schuldsaldoverzekering
  • Een hospitalisatieverzekering
  • Een familiale verzekering
  • Een verzekering voor huispersoneel

 

Premie hospitalisatieverzekering DKV fors omhoog

De vlaamse media brengt naar buiten dat de premies voor een reeks hospitalisatieverzekeringen bij verzekeringsmaatschappij DKV vanaf 1 september 2017 een sterke stijging zullen kennen.

De prijsverhoging, die er komt op advies van de Nationale Bank van België, dient om een tekort van 15 miljoen euro te overbruggen.

De DKV polissen die tussen de jaren 2000 en 2015 werden afgesloten zullen stijgen met 5,5%. De polissen die vóór deze periode werden afgesloten (voor 2000) worden zelfs 9% duurder.

Overigens laat de NBB reeds weten dat de prijzen voor het komende jaar nog eens met 1,6% zullen stijgen.
Sinds de nieuwe verzekeringswet van maart vorig jaar heeft de Nationale Bank van België de bevoegdheid om eenzijdig premieverhogingen op te leggen aan de verzekeraars indien zij merken dat de huidige tarieven verlieslatend zijn of dreigen te worden.

Voor de verzekeraar wordt het verschil tussen de uitgaven (terug te betalen gezondsheidskosten) en de inkomsten (premies) te groot door de constante stijging van de kosten voor gezondheidszorg.

Vaak voorkomende begrippen

Net als vele andere financiële diensten kent ook de verzekeringssector een bepaald vakjargon waarbij er allerlei moeilijke woorden en termen opduiken die niet altijd even duidelijk zijn voor iedereen.

Ambulante kosten
Kosten die gemaakt worden als gevolg van gezondheidsproblemen waarbij geen opname in het hospitaal genoodzaakt is. Consultaties bij de arts of kinesitherapeut, geneesmiddelen, … zijn hiervan goede voorbeelden.

Derdebetalersregeling
Een akkoord tussen de verzekeraar en het ziekenhuis dat inhoudt dat de hospitalisatiefactuur (verblijf) rechtstreeks van het ziekenhuis naar de verzekeraar wordt gestuurd met als doel de directe betaling door de verzekeraar aan het ziekenhuis. Zo hoeft de verzekerde niet zelf te betalen en vervalt ook de periode die de verzekeraar nodig heeft om de terugbetaling te regelen.

Geconventioneerde zorgverlener
De tarieven in de medische sector worden bepaald op vergaderingen tussen vertegenwoordigers van de zorgsector, de ziekenfondsen en de overheid. Op deze vergaderingen worden overeenkomsten (conventies) gemaakt over de prijzen. Elke zorgverlener kan deze conventies aanvaarden of weigeren. Indien een zorgverlener akkoord gaat, zal deze zich houden aan de prijsovereenkomsten en wordt deze gezien als een geconventioneerde zorgverlener.

Honorarium
Het officiële tarief in de nomenclatuur voor het leveren van een medische prestatie door een geconventioneerde zorgverlener

Nomenclatuur
Elke medische of paramedische prestatie kent een eigen nomenclatuurcode van meerdere cijfers. Deze code omvat het soort prestatie dat werd geleverd, het honorarium dat hiervoor wordt aangerekend en het bedrag van tussenkomst door het ziekenfonds.

Remgeld
Voor heel wat medische prestaties is er een financiële tussenkomst voorzien door het ziekenfonds. Vaak is het bedrag van de tussenkomst lager dan het bedrag dat door de patiënt/verzekerde werd betaald aan de zorgverlener. Het verschil tussen beide bedragen blijft ten laste van de patiënt/verzekerde en wordt gezien als het persoonlijk aandeel of het remgeld.

Iets interessant gelezen? Deel het met je vrienden!